Europa

Europa

Europa is het kleinste continent van de drie werelddelen die tezamen de Oude Wereld vormen (Azië, Afrika en Europa), 10,5 miljoen km2, 750 miljoen inw. Aan de oostzijde, van de Noordelijke IJszee tot aan de Zwarte Zee, is Europa verbonden met het content Azië. Grote schiereilanden zijn Scandinavië, het Iberisch, het Apennijns en het Balkanschiereiland. De grootste tot Europa behorende eilanden zijn IJsland, Ierland, Nova Zembla en Groot-Brittannië.

1. De bevolking
Met een bevolkingsdichtheid van 67 inw. per km2 is Europa het dichtstbevolkte werelddeel. De dichtheidsverschillen zijn echter zeer groot. IJsland bijv. heeft een bevolkingsdichtheid van 2 inw. per km2, terwijl Nederland 364 inw. per km2 heeft. In Europa worden meer dan zestig talen gesproken, overwegend Germaanse, Romaanse en Slavische, alle behorend tot de Indo-Germaanse talen.

2. De landen
Europa telt 51 landen, waarvan er 27 lid zijn van de Europese Unie. Verder zijn er ook een aantal Europese landen die lid willen worden van de EU. Om te bepalen of een land wel of niet tot Europa wordt gerekend, wordt er uitgegaan of die landen geografisch, institutioneel of cultuur-historisch tot Europa behoren. Als een land aan twee van deze drie criteria voldoet, dan behoort het tot Europa. 44 landen liggen zonder twijfel in het Europese continent, terwijl Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Rusland en Turkije geografisch gezien slechts voor een deel in dit continent liggen. Cyprus ligt zelfs helemaal in Azië, maar behoort toch bij Europa. Dit heeft weer te maken met cultuur-historische redenen. Dit geldt ook voor Armenië.

3. Landschap en klimaat
Europa heeft een grote variatie in landschappen: oude, hoge massieven zoals de Spaanse hoogvlakte, het Plateau Central in Frankrijk, het Boheems massief in Tsjechië en het Leisteenplateau in Duitsland wisselen af met hoge, hoekige, relatief jonge plooiingsgebergten zoals de Pyreneeën, de Alpen, de Karpaten, de Balkan, de Dinarische Alpen, de Apennijnen en de Kaukasus in het zuiden. In het oosten vormt het Oeralgebergte min of meer de grens tussen Europa en Azië. In het zuiden wordt de grens met Azië gemarkeerd door Kaukasus en Zwarte Zee. Het noordoosten van Europa wordt ingenomen door het laagland (tussen 1 en 200 meter boven de zeespiegel). De gemiddelde hoogte van het werelddeel is bijna 300 meter. Slechts 1% van de totale oppervlakte ligt boven de 2000 meter. De Europese rivieren (ongeveer 230.000) behoren vrijwel alle tot vier stroomstelsels, waarvan het water naar de Atlantische Oceaan, de Noordelijke IJszee, de Middellandse Zee en de Kaspische Zee afvloeit. In de landen rondom de Oostzee liggen talrijke meren, die evenals de meren aan de voet van de Alpen, daar bij het afsmelten van het ijs aan het eind van de ijstijd werden gevormd.
In de westelijke en de zuidelijke kustgebieden overheerst een zeeklimaat, dankzij de ligging van Europa, met in het westen de warme Golfstroom en in het zuiden de Middellandse Zee. Een landklimaat heerst in het centrale en oostelijke deel door de invloed van het grote Aziatische vasteland. De vele depressies, die over het land trekken (voornamelijk in oostelijke richting), geven het weer in de westelijke en centrale delen een wisselvallig karakter. In Scandinavië en in de gebieden ten noorden van de Middellandse Zee vormen de bergketens een duidelijke klimaatscheiding.

4. Planten
Van noord naar zuid zijn vier typen plantengroei te onderscheiden:

  1. Het arctische floragebied met de boomloze toendra's of mos steppen, in het noorden van Scandinavië, Finland en Rusland.
  2. Het woudgebied van de gematigde zone (Euro Siberische regio) met twee gordels:
    1. Naaldwouden (en hier en daar loofbomen, voornamelijk berken) in het grootste deel van Scandinavië, Finland, het noorden van Rusland en Schotland.
    2. De zuidelijke gordel, met als natuurlijke plantengroei loofbossen, in het zuiden van Scandinavië en Finland en verder in Midden- en West-Europa, waar overigens de vergaande ontbossing het ontstaan van grote cultuursteppen tot gevolg heeft gehad. In de bergen vindt men boven de boomgrens de alpine gordel, die overeenkomt met het arctische gebied.
  3. De boomloze grassteppen in Noord-Spanje, de Balkan, Hongarije (de poesta) en ten noorden van Kaspische en Zwarte Zee. Deze vormen een voortzetting van het Centraal-Aziatische steppenland (tot in Hongarije).
  4. De mediterrane regio met subtropische flora in het zuiden van Portugal en Spanje, aan de Côte d'Azur, in Italië en in Griekenland, met o.a. olijf, vijg, cipres, laurier en ingevoerde ingeburgerde soorten als agave, aloë, vijgcactus en Citrus-soorten. Dit is het gebied van de altijdgroene heesters (maquis) of van half heesters en kruiden (garigue). De loofbossen in de bergen zijn 's winters kaal.

5. De dieren

De dierenwereld van Europa is zeer gevarieerd, vooral door de grote verscheidenheid in landschappen. In het arctische deel leven onder ander de ijsbeer, de poolvos, de poolhaas en het sneeuwhoen. In het zuidelijker toendragebied onder ander het rendier, de wolf en de lemming. In het westen van Europa leven nog vele andere diersoorten; onder ander de vos, de bruine beer, de marter, de eekhoorn, de ree, het edelhert, de eland en het wild zwijn. Vooral het loofbos is zeer rijk aan zangvogels, spechten en vele insecten. In de hooggebergten leven o.m. steenbok, gems en steenarend. Het damhert en de uit Corsica ingevoerde moeflon worden nu in Europa in de vrije wildbaan aangetroffen, evenals de muskusrat en de beverrat, die uit respectievelijk Noord- en Zuid-Amerika zijn ingevoerd. Ten zuiden van de Alpen en de Pyreneeën neemt het aantal soorten reptielen, amfibieën en insecten toe.

Foto's

Kaart

Bezoekers-commentaren

Er is nog geen commentaar geschreven voor deze listing.
Heeft u al een account?
Positief & Negatief
Over Mij
Commentaar